Oktober Rozenkransmaand

MAAND OKTOBER IS DE ROZENKRANSMAAND
Vorig jaar werden op 6 oktober de Mariavespers gezongen door het koor ‘Schola Gregoriana Cantabo’ in het unieke kader van de kapel van Onze-Lieve-Vrouw Boodschap, beter bekend als de kapel van den Horst te Schoten. Deze vespers vormden het sluitstuk van een drieluik: De Heilige Misviering ter gelegenheid van het begin van het nieuwe kerkelijk jaar, de kleine Ommegang vanuit de Sint-Cordulakerk en het sluiten van de dag met de Mariavespers en de zegen van pastoor Alvi. Het woord vesper komt uit het Latijn, van vespera, dat avond betekent.


Het liturgisch feest van Maria, Koningin van de Rozenkrans wordt gevierd op 7 oktober. In de negentiende eeuw breidde paus Leo XIII de viering uit naar de hele maand oktober, waardoor deze maand gewijd is aan het bidden van de rozenkrans. De keuze voor oktober hangt samen met de Zeeslag bij Lepanto op 7 oktober 1571, waarbij de christelijke vloot het opnam tegen het islamitische Ottomaanse Rijk. Gesterkt door de zegen van hun aalmoezeniers – vooral kapucijnen en jezuïeten, in tegenstelling tot wat de schilderijen in de Antwerpse Sint-Pauluskerk doen uitschijnen – enterden de christelijke soldaten de Ottomaanse galeien. Op de afbeeldingen van de slag, die kort na het gebeuren werden gemaakt, zien we de dominicaanse paus Pius V ingetogen bidden, dikwijls met de rozenkrans in de hand en/of geknield voor een Maria-altaar. Dit gaf aanleiding tot het vrome verhaal dat de christelijke vloot de overwinning behaalde door het pauselijke rozenkransgebed. Paus Pius V had wel het Italiaanse volk opgeroepen tot vasten en gebed om de overwinning af te smeken bij God. Pius V riep 7 oktober uit
tot het feest van ‘Onze-Lieve-Vrouw van de Overwinning’. Zijn opvolger Gregorius XIII veranderde het feest in dat van de rozenkrans, zoals we het vandaag nog steeds kennen. Pius V was een fervent bidder van de rozenkrans en hij promootte in 1569 (dus twee jaar vóór de Slag bij Lepanto), met de bulle Consueverunt Romani Pontifices, de dominicaanse wijze van het rozenkransgebed; honderdvijftig weesgegroetjes, een Onzevader aan het begin van elk tientje en een reeks mysteries uit Jezus’ leven ter overweging.1
Het Weesgegroet bestaat uit twee Bijbelse begroetingen (Lucas 1:28 en Lucas 1:42) en een niet-Bijbelse smeekbede om voorspraak. De eerste twee delen zijn sinds de vroegchristelijke tijd in gebruik en verschijnen in het Oosten en Westen als korte aanroepingen van Maria in gebedsvormen. In de elfdedertiende eeuw neemt de verering van aria sterk toe en in de volksdevotie en populaire gebeden begint men Maria expliciet om voorspraak en hulp te vragen. In de veertiende-vijftiende eeuw duiken in volkse en geestelijke bronnen toevoegingen op die Maria rechtstreeks vragen te bidden voor zondaars en te hulp te komen in het uur van de dood. Deze formuleringen verschillen per regio en traditie en circuleren veelal in handschriften en devotionele boeken. Het Concilie van Trente (1545-1563) versterkt het streven naar liturgische eenheid en zuivering van de devotionele praktijk. Veel gebeden en liturgische teksten worden gestandaardiseerd.
1 Anton-Marie Milh o.p., Pius V. Hervormer met de hamer, in: Stephan van Erp en Anton-Maria Milh (red.),
Hervorming. Dominicaanse spiritualiteit in de 15d een 16de eeuw, Antwerpen, 2022, pp. 116-120.


Paus Pius V publiceert in de context van de Tridentijnse hervormingen het Breviarium Romanum (Romeins Brevier). In deze periode wordt de huidige slotzin van het Weesgegroet: “Heilige Maria, Moeder Gods, bid voor ons arme zondaars, nu en in het uur van onze dood”, in de Westerse Kerk als vaste devotionele toevoeging bevestigd en veel breder verspreid.
Het Rozenhoedje In de middeleeuwen bestond een gebruik om bij bepaalde gelegenheden het hoofd van jonge meisjes te
omkransen met rozen. In enkele middeleeuwse verhalen wordt Maria omwille van haar maagdelijkheid ‘rose’ genoemd. En volgens de middeleeuwse roman ‘Roman de la rose’ heeft de liefde om het hoofd ‘un chapelet de roses’, een rozenkrans.
Stilaan zag men de aaneenschakeling van groeten aan Maria, de vrouw die men vereert, als een krans van rozen,
en in overdrachtelijke zin werd het snoer waaraan men deze groeten aftelt een rozenkrans of rozenhoedje genoemd.


Op de schilderij ‘de aanbidding van het Lam Gods’ van de gebroeders van Eyck draagt Maria een kroon van bloemen, parels en
edelstenen. De bloemen verwijzen allemaal naar de Mariamaand mei. De lelie voor maagdelijkheid, de roos voor liefde, het meiklokje is brenger van geluk en de akelei symboliseert met zijn gebogen blaadjes nederigheid. Het schilderij werd officieel in de SintBaafskathedraal te Gent geïnstalleerd op 6 mei 1432. Jan en Hubert van Eyck, De aanbidding van het Lam Gods, 1432; SintBaafskathedraal Gent, 340 x 440 cm om het gedachteloze herhalen van het Weesgegroet te vermijden en tevens om de betekenis van deze Mariagroet te benadrukken, ging men na de aanheft van het Ave Maria of ook na het laatste woord
‘Jesus’ bepaalde zinnen inlassen, bijzinnen waarin telkens aan een feit uit het leven van Maria of van Christus werd herinnerd. De bijzinnen hadden enkel betrekking op feiten uit het leven van Maria of Christus, die gemakkelijk in het geheugen bleven hangen. In de gebedenboeken van begin van de jaren 1600 vindt men de drie bekende reeksen van vijf mysteries. Als verspreiders van de rozenkransdevotie worden vooral de kartuizer Dominicus Prothenus en de dominicaan Alanus de Rupe genoemd.2
In 2002 introduceerde paus Johannes Paulus II in zijn apostolische brief ‘Rosarium Virginis Mariae’ de vijf Lichtende Mysteries, ook bekend als de Mysteries van het Licht. Door deze mysteries te overdenken, worden gelovigen uitgenodigd om hun
begrip van Jezus’ reddende missie te verdiepen en hun toewijding om te leven volgens zijn leer te versterken. De Lichtende Mysteries moedigen de gelovigen aan om het licht van Christus in hun eigen dagelijks leven te weerspiegelen. Het parochieteam van Sint-Cordulakerk en de Broederschap van de Heilige Rozenkrans van Schoten nodigen u hartelijk uit om tijdens de
rozenkransmaand eventjes in stilte te verwijlen bij de Rozenkransmadonna, om een Weesgegroetje te bidden.

2 Philippeverzamelt, Geschiedenis van de rozenkrans
Moeder Maria,
Ik roep U zo dikwijls aan en al een leven lang, wat zou ik U verschrikkelijk missen als ik dat niet
meer kon doen. De warmte en de liefde die er van U uitgaan als ik een kaars brand voor Uw beeltenis
ervaar ik iedere dag als een zegening.
Er is geen hogere uitverkiezing mogelijk als een moeder van Jezus van Nazareth te zijn, daardoor
bent U ‘vol van genade’.
Strooi iets van die lieve genade uit over ons, dat bidden wij U. Amen
Toon Hermans (1916 – 2000)

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *